Dinsdag 20 september, de dag van de uitvaart.
’s Morgens moesten we om kwart voor tien bij het mortuarium zijn, we zouden dan in de gelegenheid gesteld worden om nog één keer afscheid te nemen van papa. We zagen ook voor het eerst de bloemen, het waren prachtige boeketten geworden. Papa zag er wat anders uit dan ervoor, hij droeg nu alleen nog de blauw-wit gestreepte boezeroen, en in zijn handen had hij nu het kikkertje. Zoë legde nog een tekening bij opa in de kist.
Toen het moment was aangebroken dat de kist gesloten moest worden, bleven alleen wij drieën en de partners over. Nog een keer kon ik m’n vingers door papa’s haren halen, voelen hoe zacht het was. Maar ook z’n haar was nu koud geworden.
Langzaam schoven we het deksel op z’n plaats, tot er niets meer zichtbaar was. Schroef voor schroef erin gedraaid. Peter en Zoë hielpen ook nog even mee. Toen liepen we met z’n allen naar buiten, waar we moesten wachten tot de rouwauto voor kwam rijden, dan konden we aansluiten om een stoet te vormen.
Er zaten al behoorlijk wat mensen in de kerk toen we aankwamen. We wachtten tot de baar klaarstond bij de ingang, pastoor Fons zegende de kist en liep voorop.
Wij volgden de kist en gingen vooraan in de banken zitten. Mijn moeder zat helemaal achterin. Ergens klopte dat niet. Ze hoorde dan wel niet meer bij papa, maar 30 jaar huwelijk zou toch wel iets meer waard moeten zijn geweest dan “helemaal achterin de kerk zitten”. De mis was, zoals papa zelf wilde, een traditionele mis. We hadden ervoor gekozen om de mis zo te houden zoals het hoorde, alleen oom Frans vertelde één gedichtje van papa, wat hij zelf had geschreven over zijn herinneringen aan zijn tijd als misdienaar. Oom Frans deed het prachtig, hij was dan ook de enige die het Bossche dialect zo kon uitspreken zoals papa dat ook kon. Maar over het geheel genomen was het een hele traditionele mis. Alleen wel jammer dat het koor zo vals zong… Peter en Zoë mochten de zes kaarsen aansteken die voor de kist stonden. Peter, duidelijk geen kerkganger, had geen idee waar hij heen moest en klom zo’n beetje over het altaar heen om weer beneden uit te komen. Wat pastoor Fons de uitspraak ontlokte “ach, er zijn meerdere wegen die naar Rome leiden”. Bij het uitdelen van de prentjes mochten ze ook meehelpen, maar alleen Zoë wilde. Ze hielp heel goed mee, ieder prentje werd hoogstpersoonlijk uitgedeeld. Duurt wat langer, maar dan heb je ook wat. De rest van de tijd vermaakten Peter en Zoë zich met hun DSi’s (zonder geluid uiteraard). Aan het eind van de dienst liepen wij als eersten achter de kist weer naar buiten. Daar aangekomen moesten we even wachten tot de de kist weer in de rouwauto stond, de bloemstukken waren namelijk iets te groot om erop te blijven liggen, dus het duurde even. De kistdragers waren allemaal vrouwen, dat zou papa wel een mooie grap gevonden hebben, 6 vrouwen om hem te dragen!
Uiteindelijk kon de stoet weer gaan rijden, richting Crematorium de Maaslanden in Vlijmen/Nieuwkuijk. Hier mochten we als familie eerst nog even in een aparte familiekamer wat drinken, de overige gasten gingen een andere wachtruimte binnen. Toen we werden geroepen zaten de mensen al in de aula. De kist van papa stond mooi in het midden, met een foto erop. Dezelfde foto die ook op het gedachtenisprentje staat. Voor ons, de familie, waren twee ronde banken vooraan gereserveerd, maar het was niet voldoende en Theo en Babiche zaten meer aan de zijkant op de eerste stoelen. Ik vond het niet kloppen, aangezien de kinderen van Els, met aanhang, wel op zo’n bank vooraan zaten. Ze zaten er niet om hun moeder te troosten, want die zat in de hoek met naast haar haar kleinzoon. Het was niet het moment om stennis te gaan schoppen over de plaatsen, maar ik vond het niet leuk.
In de aula, aan weerszijden van de kist, hingen twee flatscreens. Er was bewegend beeld op van een blauwe lucht met drijvende wolken. Zoë vroeg zich hardop af; “ik ben benieuwd welke film ze gaan draaien”.
Pastoor Fons opende de plechtigheid en toen volgde muziek. Daarna las Babiche het engelstalige gedicht “funeral blues” voor namens mij, omdat ik het niet kon.
Vervolgens weer muziek, en toen werden Jeroen, Babiche en ik naar voren geroepen. Alle drie hadden we een soort brief aan papa geschreven met herinneringen. Jeroen begon met mijn brief, toen Babiche met haar eigen brief en uiteindelijk eindigde Jeroen weer met zijn eigen brief. Ergens halverwege vond Zoë het wel genoeg geloof ik, net tijdens een stilte liet ze een overduidelijke zucht horen. Wat meteen ook weer de verdrietige sfeer brak, ook pastoor Fons moest er even hartelijk om lachen.
Toen we weer zaten sprak pastoor Fons voor de laatste keer, met de instructies voor de gasten. Zij zouden eerst langs de kist lopen om afscheid te nemen, als laatste zouden wij dat als familie doen. Ik probeerde in me op te nemen wie ik allemaal langs de kist zag gaan, maar ik zag het eigenlijk niet. Ik was er met mijn gedachten niet bij. En toen het moment kwam dat wij zelf naar de kist gingen, brak ik. Al die tijd had ik niet gehuild, maar nu kwam het eruit. Dit was de aller, aller, allerlaatste keer dat papa nog fysiek in ons midden was. Als ik door die deur zou gaan, zou papa voor altijd en eeuwig weg zijn, echt helemaal weg. Toch moest ook ik doorzetten en die deur door gaan. En dat deed ik dus ook. Buiten was het grootste verdriet ook wel weer gezakt. Ik ging met Theo en Jeroen in de auto om de bloemen bij de kerk af te geven. Ze zouden dan in de gedachteniskapel komen waar papa herdacht zou worden tot het moment dat een andere parochiaan zou overlijden. Toen we de bloemen daar hadden neergelegd zijn we door gereden naar “het Veerhuis” waar de condoleance plaatsvond.
De meeste mensen waren ook hier naartoe gekomen. Eerst gingen we even zitten om een broodje te eten. Toen zag ik ineens mijn vriendin zitten. Al die tijd had ik gedacht dat er voor mij niemand was gekomen. Ik was zo vreselijk blij om Caroline daar te zien. Echt lekker even praten was er niet bij, ik werd de hele tijd aangesproken door verre familieleden die me allemaal iets over hun relatie met papa wilden vertellen.
Toen de condoleance bijna afgelopen was en de meeste mensen weer vertrokken waren, zijn we voor op het terras gaan zitten. Jeroen zat er al, met zo’n beetje zijn complete vriendenkring. Het werd een hele grote kring van mensen die allemaal wat bestelden. Toen iedereen een drankje had stond Els als eerste op om op papa te proosten “op Albé!”. Zachtjes zei ik “nou pap, daar ga je”.
We bleven lang zitten op het terras. Op de een of andere manier vond ik het erg moeilijk om weg te gaan, zolang ik nog daar was, was het afscheid nemen nog niet echt voorbij voor mijn gevoel. Maar ja, Peter en Zoë begonnen zich natuurlijk ook aardig te vervelen. We braken op, namen afscheid van elkaar en gingen naar huis.
Het gaf me een leeg en hol gevoel.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten